De hoge bi

De oerfiets uit vroeger tijden

De hoge bi is in feite de derde - en op een na laatste - verschijningsvorm van de fiets. De eerste variant is de loopfiets, zoals die in 1817 werd uitgevonden door de Duitse Baron von Drais. De tweede vorm was de fiets zoals die werd gebouwd door Pierre Michaux uit Parijs. Dat was nog steeds een lage fiets met houten karrewielen, maar nu voor het eerst met pedalen aan de as van het voorwiel. Mede door de karrewielen heet de fiets van Michaux ook wel 'boneshaker'. Rond 1868 was het rijden op zo'n Michaux een kortstondige modegril.

De fiets met het hele grote voorwiel

Met de uitvinding van de draadstalen spaak in 1870 werd het voor het eerst mogelijk om lichte en stevige wielen te maken. Omdat men nog steeds uitging van het principe van pedalen direct op de vooras, werd dit voorwiel steeds groter. Logisch, want een groter voorwiel betekende een grotere overbrenging, dus in feite een hogere versnelling. In de tijd dat fietsen nog puur als sport werd beschouwd, won de rijder met het grootste voorwiel de wedstrijd. Om de lengte van de fiets binnen de perken te houden, werd het achterwiel steeds kleiner. Zo ontstond de meest kenmerkende antieke fiets met een heel groot voorwiel. Ondertussen werden heel veel detailverbeteringen toegepast. Diverse belangrijke uitvindingen zijn speciaal ontwikkeld voor de hoge bi, destijds het snelste mechanische vervoersmiddel dat er was. Auto's en motorfietsen kwamen pas rond 1900 in zwang. Een heel belangrijke ontwikkeling op technisch gebied was het kogellager. Hierdoor liepen de wielen en pedalen opeens veel lichter, terwijl de slijtage minimaal werd.

Het werd al snel een bezienswaardigheid

Zo is de ontwikkeling van de hoge bi logisch te verklaren. Maar hoe kwam het dan dat dit eerste model fiets rond 1890 alweer vrijwel uit het straatbeeld was verdwenen? Het rijden erop is best gevaarlijk, zeker op de hobbelige wegen van de 19e eeuw. De rijke jonge mannen die op deze fiets reden liepen door het extreem hoge zwaartepunt het risico op een val naar voren, een zogenaamde 'header'. Een stok op de weg, een hond die tegen het wiel springt of een kind dat de weg op rent: een ongeluk was gauw gebeurd. Omdat veel mensen niet op een hoge bi durfden te rijden was er markt voor een veilig en laag model. In 1885 kwam de eerste safety bicycle op de markt. Die was laag van bouw en met zijn kettingoverbrenging was het hele grote wiel niet meer nodig. Wel hadden de tandwielen en de ketting meer mechanische weerstand: een safety liep zwaarder dan een hoge bi. Dat is de reden dat de hoge bi nog enkele jaren als racefiets werd gebruikt.

De voorloper van de moderne fiets

Na 1890 reed nog maar een enkeling op de hoge bi. Dat waren vooral de heren van stand die de hoge zit waardeerden en die het niet konden verkroppen als een boer op een paard op ze neer zou kijken; en dat risico bestond als zij van een safety bicycle gebruik zouden maken. De safety - zoals ze kortweg worden genoemd - werd de voorloper van de moderne fiets. Rond 1900 werden de stevige stalen fietsen met gesloten kettingkast ontwikkeld, die we nu nog steeds kennen als omafiets en opafiets. Natuurlijk zijn er ook in de 20e eeuw vele innovaties geweest als het gaat om de ontwikkeling van het rijwiel, maar de échte ontwikkeling vond in de 19e eeuw plaats: met de hoge bi als onbetwist hoogtepunt!